Film is een belangrijk medium om de cultuur van een land uit te drukken. Het is de koninklijke weg naar het onderbewustzijn van een volk. De Italiaanse overheid investeerde in de jaren ‘ 30 in het nasynchroniseren van films. Landen met een groot aantal inwoners (Duitsland, Frankrijk, Spanje en Engeland) kozen in deze jaren voor nasynchroniseren. Landen met een klein taalgebied zoals Nederland, Griekenland, Zweden en Denemarken kozen voor ondertiteling. In de keuze van Italie voor nasynchronisatie speelde mee dat er destijds relatief veel Italianen analfabeet waren. Ook wilde de overheid het teveel aan buitenlandse – Amerikaanse – invloeden in Italie terugdringen, de eigen filmindustrie voorop stellen, en de wereld de schoonheid van Italie laten zien. Buitenlands geluid in bioscoopfilms vond men bedreigender dan beeld. Even werden zelfs Italiaanse acteurs ingezet die met gebarentaal als een soort doventolk de Amerikaanse films uitlegden. Maar deze halfwas oplossing duurde maar een paar jaar. De regering in Rome – Mussolini- nam een besluit: alle buitenlandse films moesten nagesynchroniseerd worden. De veritalianisering van de filmcultuur begon hier.

keukenmeidenAls kind had ik al een hekel aan nagesynchroniseerde films. Ik vraag me af of een land dat zijn kinderen opvoedt zonder filmondertiteling niet in de kiem iets smoort dat later in deze mensenlevens van groot belang blijkt te zijn. Niet alleen de prikkel ontbreekt om een jong kind een andere taal dan die van het eigen land te leren. Ook het prille besef dat er andere landen en culturen zijn ontluikt niet. Het besef dat jouw cultuur niet de enige op aard is. De stimulans om al jong outside-in te leren denken, je te verplaatsen in een ander.

Door nasynchronisatie biedt de overheid de kijker de geruststelling dat er van hogerhand voor hem gezorgd wordt, dat hij mag consumeren en zich niet hoeft te stretchen. Maar geeft ook de boodschap dat zijn taal belangrijk  is, dat zijn land zich niet hoeft aan te passen en het alleen wel redt. Bij nasynchronisatie wordt benadrukt dat de inside-out blik van de kijker de enige juiste manier is: zoals ons land praat en doet, is de manier waarop je de wereld moet zien. Ligt hier een relatie met het het dicterend gedrag van Duitsland in Europa? Met de houding van Fransen ten opzichte van mensen die geen Frans spreken? En met de Italianen die eigen verantwoordelijkheid niet kunnen rijmen met overheidsvertrouwen, en de schouders ophalen voor Europa? Alledrie de landen voeden hun kinderen op met de onuitgesproken gedachte dat de eigen taal en cultuur superieur is.

spelende meisjes op vaticaanpleinIn Forence ging ik ooit naar een bioscoopje waar films zoals ‘A room with a view’ in de originele taalversie werd vertoond. Stel je voor dat iemand de stem van de Engelse Helena Bonham-Carter in het  Italiaans zou hebben ingesproken… Dan zou de kijker de ervaringen van Engelsen op reis in Italie niet volledig hebben kunnen begrijpen. De stembuigingen, de omgangsvormen en de tussenwerpsels vormen immers de kern van de taal en de cultuur van een volk. Wie ondertitelde films kijkt ziet de gezichtsuitdrukking van de acteur samenvallen met wat zijn mond zegt, en zo met het personage dat hij is. Bij ondertiteling werken je hersens en je ogen synchroon. Ze hoeven geen omweg te maken om de gedachte uit te schakelen dat je niet naar je eigen land, maar naar dat van een ander kijkt.

schilderijverkoperIedere keer dat ik als kind een nagesynchroniseerde film zag, kostte het me tijd en energie om te blijven denken dat er in de film dan wel Duits of Italiaans werd gesproken, maar dat het toch echt om belevenissen van mensen buiten dat land ging. De personages blijven acteurs, vallen nooit samen met de persoon die ze spelen, en de kijker kan niet echt in de personages kruipen. De flow die je ervaart bij een goede film komt helaas niet op gang. Of worden we geacht te denken dat Meryl Streep een Duitse is? Door de typische cultuurelementen van een land in de nasynchronisatie weg te poetsen voor oog en hersens, word je als kijker dus ook de ultieme manier ontnomen om je echt te vereenzelvigen met de rol die de acteur speelt. En laat dat nu het hoogste doel van een acteur zijn: dat de kijker niet meer de acteur ziet, maar de volledige personage in al zijn moed en wanhoop.

Niets intrigerender dan de eerlijke worsteling van een mens met zijn geschiedenis en de cultuur waarin hij tegen wil en dank verankerd is. Een beter begrip voor onderbewuste of universele verlangens – en een beter begrip voor onszelf -, dat is wat film ons biedt. Beelden zonder woorden geven vaak de meest pure beleving. Maar laat de woorden die nodig zijn dan wel echt zijn.

kaartende mannen