Brainport Eindhoven. HET voorbeeld waar overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken in een zo gelijkwaardig mogelijke driehoeksverhouding. Waar de economie als eerste is aangetrokken, waar bedrijven hun technologische vondsten internationaal vermarkten, en waar we inmiddels niet meer juichen met de handen in de zakken, maar trots zijn op wat we samen hebben neergezet.

Het valt me op dat we Brainport Eindhoven altijd benoemen met economische termen. Terwijl de basis onder Brainport eigenlijk allemaal zachte waarden zijn: openheid, elkaar iets gunnen, en samenwerking. De randvoorwaarde voor samenwerking is Vertrouwen met een grote V. Dat realiseren we ons vaak niet meer. We benoemen het zelden. Maar als je buiten Nederland bent, en je vertelt over samenwerking in Brainport Eindhoven – bijvoorbeeld in een land zoals Italie – hoor je het volgende: “Vertrouwen is voor ons land het grootste gemis (overheid, bedrijfsleven, maffia…). Daarom is er geen toekomst voor samenwerken voor een hoger doel. Het is zelfs een van de redenen waarom onze economie niet sterk is, of kan worden.”

Weet dus wat je in handen hebt in Brainport Eindhoven. Vertrouwen is een vorm van goud, waar we soms gewoon overheen walsen. Onze economische doelen zijn hard en meetbaar, en we gebruiken harde woorden: In Brainport voeren we een ‘battle for talent’, we zijn een ‘leger’. Eigenlijk kan ik me niet scharen achter strijdlustige woorden zoals deze. En ons strijdlustig ergens tegen afzetten is bovendien niet meer nodig. Nederland is te klein om als regio’s tegen elkaar op te bieden. Het toneel voor Nederland en een dergelijk sterk eco-systeem is het wereldtoneel. En in die andere buitenlanden zoeken we bovendien zelfs internationale partners om samen fantastische totaaloplossingen te vinden. Voor uitdagingen die we wereldwijd gaande zijn, op het gebied van gezondheid, mobiliteit en energie. Om samen de wereld waar mogelijk een stukje beter te maken.

Boven elk economisch doel – nationaal of internationaal – ligt wat mij betreft een hoger doel: het sociale doel. De zorg voor inwoners. We willen dat het geld dat bedrijven in Nederland verdienen, in zekere zin terugvloeit naar inwoners, en dat we allemaal delen in de economische groei. Of je nu hoog opgeleid bent of niet, of je nu gezond bent, of niet. Dat is een van de cultuureigenschappen van Nederland, en een onderdeel van de manier waarop we ‘democratie’ op de beste manier proberen vorm te geven.

Ik vraag me af: zouden deze zachte waarden (openheid, vertrouwen, samenwerking, samen voor het grote doel gaan, enig idealisme) hun positieve sporen hebben achtergelaten bij hen die in dit Brainport eco-systeem werken en leven? Zou men daar als mens door gevormd worden? Zijn we in deze tien jaar iets ten positieve veranderd? Geven wij deze waarden gemakkelijker mee aan onze kinderen, dan als we elders hadden gewerkt? Beinvloeden deze waarden – als basis voor een eco-systeem en verdienmodel – uiteindelijk niet ook de algemene Nederlandse cultuur? Of dat zo is, weten we niet. Maar wel dat we altijd moeten benadrukken dat de zachte waarden en relaties ten grondslag liggen aan het economisch succes van dit eco-systeem.

Ik ben groot voorstander van het sturen op ‘waarden’ en niet alleen op processen en financiele resultaten. Dat begint met het woorden geven aan waarden. Weten wat Vertrouwen inhoudt. En welk gedrag daar wel en niet bij hoort. Voelen of je bereid bent om samen voor een hoger doel te gaan. Dat typische Brainport Eindhoven uitgangspunt. Dat Vertrouwen moeten we koesteren.